Schrijf beknopt
Houd teksten kort:
- bepaal met behulp van “wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe” wat de belangrijkste informatie is
- gebruik de helft van de woorden die je zou gebruiken op papier, streef naar maximaal 250 woorden
- biedt een langer artikel aan als een te downloaden pdf-bestand in een samenvattend bericht
- varieer zinslengte met maximaal twintig woorden in één zin
- sla welkomstwoorden en andere blabla over
- schrijf zakelijk en concreet
- gebruik liever geen “lege” woorden
- schrijf objectief, vertel wat je goed doet, niet dat je het goed doet
- vermijd hulpwerkwoorden
Eenvoudig taalgebruik
- schrijf enkelvoudige zinnen
- zet bij elkaar, wat bij elkaar hoort (niet “de in deze situatie van kracht zijnde regeling”)
- schrijf actief en persoonlijk (gebruik een minimum aan lijdende vormen)
- formuleer vanuit de bezoeker (“u ... van ons” i.p.v. “wij ... u”)
- schrijf verzorgde spreektaal
- laat ambtenaren-, internet- en ander vakjargon achterwege
- liever geen woorden als “worden” en “zullen” of een “wordt door”-combinatie
- maak geen zelfstandig naamwoorden van werkwoorden door er een lidwoord voor te zetten (niet “het vinden van ...”)
- mensen willen feiten, niet teveel humor, metaforen etc.
- liever geen afkortingen
Bied scanmogelijkheden
Basisstructuur van een scanbare webpagina bestaat uit:
- heldere, kernachtige koppen die de inhoud beschrijven, geen teasers, metaforen etc. Niet langer dan één regel, sluit de kop nooit af met een punt!
- een introductietekst met de kern van het bericht in maximaal 50 woorden. Schrijf de introductietekst pas als je feitelijke bericht klaar is. Herhaal nooit de koptekst in de introductietekst. Vermijd tekst als ‘hier vindt je informatie over’. Nodig uit, want aan de hand van de kop en de introductietekst bepalen bezoekers of zij verder zullen lezen. Na de introductietekst komt altijd een punt
- een inhoudelijke tussenkop vat alinea's die bij elkaar horen samen. Een scannende lezer kan zo snel een voor hem/haar belangrijk gedeelte vinden. Een tussenkop is een hulpmiddel bij het scrollen
- één thema of aspect per alinea, beginnend met een kernuitspraak/-vraag of eindigend met een conclusie/samenvatting
- opsommingen of tabellen om tekstblokken te breken
- cursief of vet voor nadruk op belangrijke woorden of begrippen.
Gebruik nooit onderstrepingen of afwijkende kleuren, deze suggereren hyperlinks. Wees matig met markeringen, anders schieten ze hun doel voorbij
- plaats witregels tussen elke alinea
- Gebruik links
- Met links deel je teksten op in logische eenheden
- Links storen hoog of midden in de tekst. Ze leiden dan je bezoeker weg van het onderwerp van de pagina. Liever aan het eind van een paragraaf of apart op de pagina.
- Gebruik nooit “klik hier” als hyperlink. Kies woorden die de lading van de onderliggende pagina dekken.
- Vraag jezelf altijd af of een link daadwerkelijk iets toevoegt aan de al geboden informatie.
Zo min mogelijk scrollen
- een bezoeker scrollt alleen als hij/zij geïnteresseerd is
- de belangrijkste informatie moet altijd meteen zichtbaar zijn
- scrollen in de breedte is taboe
